Het is zaak om zoveel mogelijk maatregelen te nemen die de blootstelling aan gevaarlijke stoffen terugdringen. Toch zal het in de meeste gevallen nodig zijn om persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM’s) te verstrekken en te dragen. De PBM’s zijn CE-gemarkeerd en dienen conform de Europese verordening 2016/425 te zijn gecertificeerd.
Op grond van een risicobeoordeling en de betreffende SDS wordt in werkvergunning, werkopdracht of werkprocedures vastgelegd welke PBM’s moet worden gedragen.
Mechanisch reinigen
Wat is het?
| Oplossingen | Fysieke belasting | Geluid | Gevaarlijke stoffen |
|---|---|---|---|
| Bron | Minst belastende methode van mechanisch reinigen | Minst belastende methode van mechanisch reinigen | |
| Aanpassing handgereedschap | |||
| Technisch | Werkvergunning of werkopdracht (Vacuüm reinigen / Mechanisch reinigen / Stralen) | ||
| Werken in een ruimte met gevaar voor verstikking, bedwelming, vergiftiging, brand en explosie (Mechanisch reinigen) | |||
| Organisatorisch | Afstand nemen van geluidsbron | Taak risico analyse (TRA) | |
| LMRA | |||
| Persoonsgebonden | Gehoorbescherming | ||
| PBM | Persoonlijke beschermingsmiddelen (Mechanisch reinigen) |
Voorbeelden van oplossingen voor Geluid bij Mechanisch reinigen
Bron
Organisatorisch
Persoonsgebonden
Voorbeelden van oplossingen voor Gevaarlijke stoffen bij Mechanisch reinigen
Bron
Technisch
- Werkvergunning of werkopdracht (Vacuüm reinigen / Mechanisch reinigen / Stralen)
- Werken in een ruimte met gevaar voor verstikking, bedwelming, vergiftiging, brand en explosie (Mechanisch reinigen)
Organisatorisch
- Taak risico analyse (TRA)
- LMRA
- Werkvergunning of werkopdracht (Vacuüm reinigen / Mechanisch reinigen / Stralen)
- Werken in een ruimte met gevaar voor verstikking, bedwelming, vergiftiging, brand en explosie (Mechanisch reinigen)
PBM
In sommige ruimten is er door de aanwezigheid of het vrijkomen van gevaarlijke stoffen, gassen of dampen een gevaar voor verstikking, bedwelming, vergiftiging, brand of explosie. In een werkvergunning of werkopdracht is aangegeven of bij de beschreven werkzaamheden deze risico’s aan de orde zijn.
- Werken in zo’n ruimte is alleen toegestaan als daarvoor door een bevoegd persoon een werkvergunning is verstrekt, met daarin een overzicht van de te nemen veiligheidsmaatregelen afgestemd op de specifieke werkzaamheden en risico’s. En als al deze maatregelen op de juiste manier worden uitgevoerd.
- In zo’n ruimte mag uitsluitend gewerkt worden door medewerkers die in het bezit zijn van een aantoonbare deskundigheid en vakbekwaamheid die overeenstemmen met de aard en risico’s van de werkzaamheden. Aanvullend kunnen ook opleidingscertificaten vereist zijn, zoals opgenomen in de SSVV opleidingengids. Bijvoorbeeld: Opleiding Adembescherming A, B of C. De werkgever van het reinigingsbedrijf dient vast te leggen welke opleiding en training voor de diverse soorten werkzaamheden vereist zijn en ook welke medewerkers deze met succes gevolgd hebben.
Gevaar voor vergiftiging, bedwelming of verstikking
- Om vergiftiging, bedwelming of verstikking te voorkomen moet continu de gas- of dampconcentratie en zuurstofgehalte worden gemeten en moet een visuele controle via het mangat altijd worden uitgevoerd met behulp van de juiste persoonlijke beschermingsmiddelen en in aanwezigheid van een tweede persoon. In de werkvergunning of werkopdracht staat omschreven hoe, met welke meter, hoe vaak, door wie en waar gemeten moet worden. Dat is per situatie anders. De vrijgavemeting moet altijd door een gasmeetdeskundige worden uitgevoerd en afgelezen.
- Voor werkzaamheden in dergelijke ruimten moet een reddingsplan aanwezig zijn dat gevolgd moet worden bij calamiteiten (zie Arbobesluit artikel 3.5g lid 4). Het reddingsplan beschrijft maatregelen, activiteiten en voorzieningen die een bedrijf heeft voorbereid om de effecten van calamiteiten of ongewenste gebeurtenissen te minimaliseren en te bestrijden. Het reddingsplan moet aanwezig zijn op de werkplek en bij de buitenwacht. Alle betrokkenen moeten goed met de inhoud van het reddingsplan bekend zijn. Het reddingsplan moet zijn afgestemd op het noodplan van de opdrachtgever en situatie-specifiek zijn uitgewerkt.
- Bij de toegang tot de zo’n ruimte met permanent één persoon aanwezig zijn om in geval van nood de noodstop te bedienen en alarm te slaan, en -bv als het slachtoffer niet reageert- om hulpdiensten in te schakelen. Tussen deze persoon en de operator in de ruimte moet bij voorkeur visueel contact te zijn. Als er geen visueel contact mogelijk is of niet tijdens de gehele werkzaamheid, dan moet vooraf worden vastgelegd hoe contact gehouden wordt, bv met radiocontact, fluitje, luchthoorn of ander communicatiemiddel. Deze persoon die de noodstop bedient mag ook de functie van buitenwacht vervullen, als hij daarvoor een geldig SSVV-certificaat heeft en de opdrachtgever daarmee akkoord is. De buitenwacht/mangatwacht gaat bij een incident nooit de ruimte in maar zal alarm slaan op een manier die van te voren is vastgelegd. Wanneer de ruimte niet veilig kan worden gegeven kan de ruimte alleen betreden worden met onafhankelijke adembescherming om de toestand van het slachtoffer te bepalen en zo nodig Eerste Hulp te verlenen. Als de medewerker niet aanspreekbaar is moet door daartoe opgeleide bedrijfshulpverleners getracht worden de medewerker uit de onveilige ruimte te verplaatsen en eerste Hulp buiten de ruimte te verlenen tot de hulpdiensten arriveren. Houd er rekening mee dat het slachtoffer bij redding via een driepoot of takel kan kantelen in zijn veiligheidsharnas. Hierdoor kan bij onoplettendheid letsel toegebracht worden door obstakels.
Mechanisch reinigen wordt toegepast bij oppervlaktereiniging waarbij geen water gebruikt kan worden. Kies bij mechanisch reinigen voor een reinigingsmethode waarbij de blootstelling aan stof zo laag zijn als redelijkerwijs praktisch haalbaar. Ofwel: ALARP: As Low As Reasonably Practicable.
In plaats van gebruik te maken van handgereedschap, waarbij de medewerker geen afstand kan nemen, zijn andere werkmethoden toe te passen:
- In geval van reiniging van vlakke, rechte oppervlakken kan vacuümstralen of robotisering een oplossing bieden.
- In geval van ruimtes met gevaar voor verstikking, bedwelming, vergiftiging, brand of explosie zoals o.a. opslagtanks kunnen mogelijk “Reduced entry” en/ of “Non entry” systemen worden toegepast.
- Chemisch-technisch reinigen kan de blootstelling aan stof reduceren NB: Deze werkwijze wordt maar door een beperkt aantal bedrijven toegepast en brengt nieuwe arbeidsrisico’s met zich mee, zoals het omgaan met (gevaarlijke) stoffen.
(Bijkomend voordeel bij de toepassing van beide technieken is de reductie van geluid de hand-armtrillingen die aan de orde zijn bij het gebruik van handgereedschap).
De opdrachtgever moet aangeven welke stoffen in het object aanwezig zijn. Op grond daarvan wordt in overleg tussen de werkvoorbereiding van de opdrachtgever en de werkvoorbereiding van het reinigingsbedrijf een werkvergunning of werkopdracht opgesteld En door beide partijen ondertekend.
- In alle gevallen bij vacuüm reinigen moet een werkvergunning of werkopdracht worden opgesteld. In de werkvergunning of werkopdracht is ondermeer geregeld: welke risico’s, welke werkmethode, benodigde maatregelen tegen eventueel gevaar voor vergiftiging, bedwelming, verstikking, brand of explosie, afspraken over transport, welke PBM’s.
- Als de eigenschappen van stoffen niet bekend zijn, dan zullen die eerst door analyse moeten worden bepaald, waarna de risico’s van behandeling van deze stoffen kunnen worden vastgesteld .
- Bij mengsels van stoffen moeten altijd de eigenschappen van de meest risicovolle stof als uitgangspunt worden gekozen.
- Afsluiters en systemen van de opdrachtgever mogen alleen door de verantwoordelijke medewerker(s) van de opdrachtgever bediend worden of door anderen als dit op de werkvergunning of werkopdracht is vermeld.
- De werkvergunning of werkopdracht is de basis voor een opdrachtformulier bij de werkzaamheid en voor een werkbespreking voordat de klus start.
- Als de werkvergunning of werkopdracht voor een werkzaamheid niet aanwezig is en/ of niet besproken is, dan kan niet met het werk begonnen worden.
Zie ook de oplossingen: Taak risico analyse (TRA) en LMRA.
De praktijk kan wel eens anders zijn dan bij de voorbereiding is voorzien. Een LMRA (Laatste Minuut Risico Analyse) is er op gericht om onvoorziene risico’s te achterhalen. HD werkzaamheden beginnen altijd met een uitvoeren van een LMRA. Sommige opdrachtgevers e/of reinigingsbedrijven eisen dat een LMRA schriftelijk wordt vastgelegd. Daarbij wordt vaak gebruik gemaakt van een LMRA-kaartje. In de sector komen overigens ook andere, bedrijfseigen benamingen voor in plaats van ‘LMRA’.
Een LMRA bestaat uit drie stappen:
- Het herkennen van potentiële gevaren
De medewerker moet zichzelf afvragen of hij tijdens de werkzaamheid aan deze gevaren kan worden blootgesteld, bv blootstelling aan stoffen. Hij moet niet aan het werk beginnen als naar zijn oordeel de risico’s niet aanvaardbaar zijn. - Het bedenken van oplossingen of maatregelen
De medewerker gaat na of hij maatregelen kan nemen om de risico’s weg te nemen of aanvaardbaar klein te maken. - Het nemen van de benodigde maatregelen
De medewerker voert de benodigde maatregelen uit en beoordeelt of hij in de nieuwe situatie veilig en gezond kan werken.
Bij alle drie de stappen kan de medewerker hulp van een collega of leidinggevende inschakelen.
Een LMRA houdt nooit op. Het gaat om een voortdurend bewustzijn om deze drie stappen voorafgaand aan een taak of handeling te doorlopen.
Met name bij werkzaamheden die niet door een werkvergunning of werkopdracht gedekt kunnen worden is het zaak om in de voorbereidende fase een grondige Taak risico analyse (TRA) uit te voeren. Vaak in opdracht van de opdrachtgever.
Een TRA geeft per taak(stap) een beeld van de uit te voeren risico's, de te nemen beheersmaatregelen en de verantwoordelijke voor uitvoering van deze beheersmaatregelen. Een TRA wordt bij voorkeur opgesteld door een team van de opdrachtgever en opdrachtnemer.
Bij gebruik van de naaldenbik kan het geluid worden gereduceerd door de stalen naaldhamertjes te vervangen door die van teflon. Nadeel zijn de hogere kosten: teflon naaldhamertjes zijn duurder en de levensduur is korter.
Bij zowel de naaldenbik als de hakhamer wordt het geluid van de aandrijving minder door te kiezen voor een elektrische uitvoering. (Dat neemt uiteraard het forse geluid van metaal-metaal contact niet weg).
Bij gebruik van een schuurtol wordt het geluid vooral veroorzaakt door luchtwerveling. Een luchtsilencer (geluidsdemper) vermindert die werveling van de uitstromende lucht. Met het oog op explosiegevaar kan een luchtsilencer met elektrische aandrijving alleen worden toegepast op plaatsen buiten een ATEX-zone.
Zorg bij gebruik van een schuurmachine dat deze voorzien is van een demper. Daarmee wordt het geluidsniveau sterk teruggedrongen.
Kies bij mechanisch reinigen voor een reinigingsmethode waarbij de geluidsrisico’s zo laag zijn als redelijkerwijs praktisch haalbaar. Ofwel: ALARP: As Low As Reasonably Practicable.
In plaats van gebruik te maken van handgereedschap, waarbij vaak metaal op metaal komt en waarbij de medewerker geen afstand kan nemen, zijn andere werkmethoden toe te passen:
-
Chemisch-technisch reinigen kan de geluidsbelasting naar verwachting reduceren tot onder 80 dB(A). NB: Deze werkwijze nieuwe arbeidsrisico’s met zich mee, zoals het omgaan met (gevaarlijke) stoffen.
-
In geval van reiniging van vlakke, rechte oppervlakken kan vacuümstralen een oplossing bieden.
Van de twee laatstgenoemde werkmethoden moet de geluidsbelasting bemeten worden. Bijkomend voordeel bij de toepassing van beide technieken is de reductie van de hand-armtrillingen die aan de orde zijn bij het gebruik van handgereedschap.
Gezien de hoge piek- en dagbelasting door geluid bij uiteenlopende vormen van industriële reiniging, zal naast bronaanpak, technische en organisatorische maatregelen vaak gehoorbescherming vereist zijn.
Bij blootstelling aan een dagdosis boven de 80 dB(A) of piekniveaus boven de 135dB(C) moet de werkgever gehoorbescherming beschikbaar stellen.
Bij een dagblootstelling aan een dosis boven de 85 dB(A) of piekniveaus hoger dan 137 dB(C) zijn werknemers verplicht om gehoorbescherming te dragen.
-
Otoplastieken dempen tussen 15 en 25 dB(A); dit ligt mede aan het soort filter. Er zijn er filters op de markt die tot 30 dB(A) filteren. Het voordeel van otoplastieken is dat men nog kan communiceren omdat demping plaatsvindt in het frequentiegebied waarin het lawaai zich bevindt. Dit is meestal een ander gebied dan de menselijke spraak.
-
Demping door kappen is tussen 15 en 30 dB(A). Het voordeel van kappen is dat deze dicht op het hoofd zitten, niet gemakkelijk verschuiven en dempen over het gehele geluidsfrequentiegebied.
-
Goed ingebrachte oorpluggen/oordoppenkunnen een demping geven van 10 - 15 dB(A). Ze zijn de meest gangbare oplossing voor incidenteel gebruik.
-
Als schuimrollen goed zijn ingebracht kan dit een geluidsreductie op het oor teweegbrengen tussen 10 en 25 dB(A). In de praktijk is dit vaak tussen 5 en 10 dB(A), omdat mensen ze niet goed dragen. Deze minder comfortabele middelen zijn met name bedoeld voor incidenteel gebruik
De geluiddemping per frequentieband (toonhoogte) verschilt per middel. Het is daarom raadzaam om het frequentiespectrum van het geluid op de werkplek te meten om zo het meest optimale middel te kunnen vaststellen
Maximale mogelijke demping van gehoorbescherming is 30 – 35 dB(A) omdat er ook geluid via het lichaam en de schedel binnenkomt. Daarom levert een combinatie van otoplastieken/pluggen met een kap wel enige extra demping op, met name bij lage tonen, maar de totale demping van zo’n combinatie kan niet boven de 30 – 35 dB(A) uitkomen.
Zie hier voor meer informatie.
Hoe groter de afstand tot de geluidsbron, hoe lager de blootstelling. Elke verdubbeling van de afstand betekent een vermindering van 6 dB(A). In de figuur hiernaast wordt dat verduidelijkt.
Waar mogelijk bieden het werken met afstandsbediening, camera of met radiografische besturing een oplossing, bijvoorbeeld bij hogedruk vloerreiniging. Ook het tijdens het stralen, als dat niet handmatig wordt uitgevoerd, kan men afstand nemen.
Bij vacuüm reinigen kan vergroting van de afstand tot het werk eveneens de geluidsbelasting verlagen. Daar staat tegenover dat door de daarvoor benodigde verlenging van de slangen meer geluidsbelasting wordt gecreëerd. Er moet steeds naar een optimale balans tussen verlenging en verminderde geluidsbelasting worden gezocht.
Bij vacuüm reinigen van droog materiaal kan afstandsbediening worden toegepast. Dat geldt ook voor automatisch pijpreinigen. Met een afstandsbediening kan de werknemer zich buiten het spuitgebied begeven.
Verder geldt voor alle reinigingsvormen dat derden op afstand moeten worden gehouden door afzetlinten en waarschuwingsboden.

