Het gebruik van adembescherming bij industriële reinigingswerkzaamheden is afhankelijk van de aard van de werkzaamheden en de risico’s die daaraan verbonden zijn.
Selectie
Op basis van een risicoanalyse die de opdrachtgever bij voorkeur samen met het reinigingsbedrijf verricht, wordt vastgesteld welk type adembeschermingsmiddelen bij een specifieke werkzaamheid moet worden gedragen:
A: Afhankelijke adembeschermingsmiddelen en onafhankelijke adembeschermingsmiddelen door ademluchttoevoer met loose fithelm of -kap.
B: Onafhankelijke adembeschermingsmiddelen door autonoom ademluchttoestel of ademluchtlijnsysteem met ademautomaat of
continu flow-masker.
C: Onafhankelijke adembeschermingsmiddelen door ademluchtlijnsysteem met ademautomaat met back-up voorziening en toevoeging van communicatie en vluchtvoorziening (Life Support Unit).
Deze adembeschermingsmiddelen kunnen en mogen slechts gebruikt worden door personen die getraind en gecertificeerd of geregistreerd zijn en bovendien mogen alleen medewerkers een ademluchtmasker dragen die een ademluchtkeuring bij een (bedrijfs)arts met positief resultaat hebben doorlopen.
Draagvoorschrift
De gebruiker moet voor het eerste gebruik een ‘Face - Fittest’ doen om er achter te komen of het betreffende type goed past om lekkages te minimaliseren. Dit geldt alleen voor de tight fitting adembeschermingsmiddelen en niet voor de loose fithelm of -kap.
Inspectie en onderhoud
De gebruiker moet vóór elk gebruik het adembeschermingsmiddel controleren op eventuele beschadigingen van rubbers, glas, toevoerslang e.d. Alle elementen van een onafhankelijke adembescherming moeten worden gekeurd.
