Geluidsmeting
Geluid is een onderwerp dat in het kader van de RI&E (Risico-Inventarisatie en -Evaluatie) diepgaand onderzocht dient te worden. Als in de eerste fase van de RI&E blijkt dat lawaai in het bedrijf voorkomt, zal in een nadere inventarisatie de blootstelling aan geluid gemeten dienen te worden. Deze meting dient te voldoen aan de uitgebreide regelgeving, zoals die is verwoord in Arbobesluit artikel 6.7. De meetmethode dient te voldoen aan NEN-EN-ISO 9612.
Als maatregelen zijn genomen, moet de effectiviteit van de maatregelen ook gemeten worden.
Van elke meting moet schriftelijk worden vastgelegd (en minimaal 10 jaar bewaard):
- bij welke activiteiten schadelijk geluid voorkomt,
- hoeveel medewerkers hieraan zijn blootgesteld,
- wat de blootstellingsduur is en
- hoe hoog de dagdosis is.
Daarnaast moet de beoordeling concrete informatie opleveren voor een plan van aanpak om de geluidniveaus op de werkplek, respectievelijk de dagdosis te verminderen.
Aanpak geluid
Bij de aanpak van lawaai hanteert de werkgever de zogenaamde ‘arbeidshygiënische strategie’. Daarbij doorloopt hij de onderstaande stappen. Pas als een stap redelijkerwijs niet mogelijk is of onvoldoende verbetering oplevert, kan een oplossing uit een volgende stap overwogen worden.
- Bronaanpak
Hier gaat het om maatregelen om de productie van geluid bij de bron zelf aan te pakken. Bijvoorbeeld het toepassen van alternatieve, geluidsarme reinigingsmethoden als ultrasoon of chemisch technisch reinigen.
- Technische maatregelen
Dat zijn maatregelen die de overdracht van geluid verminderen. Bijvoorbeeld afscherming.
- Organisatorische maatregelen
Zo weinig mogelijk werknemers blootstellen aan lawaai en hen zo kort mogelijk blootstellen. Bijvoorbeeld door taakroulatie.
- Persoonlijke beschermingsmiddelen
Als bovenstaande stappen redelijkerwijs niet toereikend zijn, of voor tijdelijke situaties, stelt de werkgever gehoorbeschermingsmiddelen ter beschikking. Zoals otoplastieken of oorkappen.
Grenswaarden
(volgens het Arbobesluit artikel 6.8)
- Bij blootstelling aan een dagelijkse dosis boven de 80 dB(A) of piekniveaus boven de 135 dB(C) moet de werkgever gehoorbescherming beschikbaar stellen.
- Bij een dagblootstelling aan een dosis boven de 85 dB(A) of piekniveaus hoger dan 137 dB(C) zijn werknemers verplicht om gehoorbescherming te dragen.
- Bij blootstelling boven de 85 dB(A) wordt door de werkgever een plan van aanpak gemaakt en uitgevoerd met voorgenomen maatregelen om het geluid terug te dringen. Dat is ook vereist als de piekgeluidsdruk hoger is dan 137 dB(C).
Dit plan wordt ook wel een ‘lawaaibestrijdingsplan’ genoemd. Daarin staat de aanpak volgens de eerder genoemde arbeidshygiënische strategie centraal.
- Werkplekken waar de blootstelling aan lawaai hoger is dan 85 db(A) worden duidelijk met pictogrammen of waarschuwingsborden te worden gemarkeerd. En duidelijk te zijn afgebakend. Zo mogelijk wordt de toegang ertoe beperkt.
Ook werkplekken met piekgeluidniveaus hoger dan 137 dB(C) moeten zijn gemarkeerd.

- Als de grenswaarde van 87 dB(A) wordt overschreden (gemeten in het oor, dus rekening houdend met de gehoorbeschermers), moet er onmiddellijk voor gezorgd worden dat het geluid onder deze grenswaarde wordt gebracht. Dat is ook aan de orde als het piekniveau hoger dan 140 dB(C) is.
Overige wettelijke bepalingen
Gehoortesten
Iedere werknemer bij wie de dagblootstelling aan lawaai hoger is dan 80 dB(A), of die wordt blootgesteld aan piekniveaus hoger dan 135 dB(C) wordt in de gelegenheid gesteld om periodiek een arbeidsgezondheidskundig onderzoek in de vorm van een audiometrisch onderzoek te ondergaan.
- De frequentie daarvan is afhankelijk van de dagdosis geluid waar medewerkers aan blootstaan:
- Vanaf 80 dB(A): minimaal één keer per vier jaar;
- Vanaf 85 dB(A): minimaal één keer per twee jaar;
- Vanaf 90 dB(A): minimaal één keer per jaar.
Daarnaast wordt iedere nieuwe medewerker eveneens een gehoortest aangeboden om de kwaliteit van het gehoor bij aanstelling vast te leggen.
Door periodiek gehoortesten te herhalen valt na te gaan in hoeverre gehoorverlies door lawaai optreedt, daarmee een aanwijzing in hoeverre de genomen maatregelen effectief zijn en gehoorbescherming voldoende bescherming biedt dan wel of deze voldoende wordt gedragen. Los van het feit dat op individueel niveau moet worden bewaakt dat geen verslechtering als gevolg van lawaaiblootstelling plaatsvindt, is het ook van groot belang dat de algemene bevindingen van de gehoortesten op groepsniveau worden geanalyseerd en gerapporteerd. De aandachtspunten voor het uitvoeren van gehoortesten en de daarbij behorende rapportage staan hier vermeld.
Er bestaat de mogelijkheid om medewerkers online gehoortesten aan te bieden (bijvoorbeeld de Oorcheck van onder meer de Nationale Hoorstichting). Een dergelijke test kan eenvoudig worden uitgevoerd en is daardoor voor werknemers laagdrempelig. De test kan worden toegepast als screeningsinstrument voor het arbeidsgezondheidskundig onderzoek.
Voorlichting en onderricht
Werkgevers dienen hun medewerkers die blootstaan aan een dagdosis boven de 80 dB(A) of piekniveaus boven de 135 dB(C) doeltreffend voor te lichten en te instrueren over de gevaren van geluid en over hoe om te gaan met de geluidswerende voorzieningen. Deze voorlichting en instructie vindt in ieder geval plaats voordat een (nieuwe) medewerker voor het eerst werkzaamheden met geluidsbelasting verricht en wordt daarna minimaal jaarlijks, op steeds andere manieren herhaald. Bijvoorbeeld in een toolbox.
Bij de voorlichting en onderricht wordt gekozen voor een combinatie van mondelingen en schriftelijk communicatie.
Minimaal wordt daar aandacht besteed aan:
- de resultaten van de beoordeling/meting van de lawaainiveaus waaraan de werknemers zijn blootgesteld en een uitleg van de betekenis en mogelijk daaraan verbonden risico’s;
- de genomen maatregelen om de risico’s te voorkomen of tot een minimum te beperken en het effect van de maatregelen;
- veilige werkmethoden om de blootstelling aan lawaai tot een minimum te beperken en de invloed van de medewerkers zelf op hoogte van geluidsniveau;
- het juiste gebruik van gehoorbeschermers;
- hoe signalen van gehoorbeschadiging zijn te herkennen en kunnen worden gemeld;
Er wordt steeds bijgehouden welke medewerkers aan de voorlichting en onderricht hebben deelgenomen.
Jeugdige werknemers
Jeugdige werknemers mogen geen arbeid verrichten op een arbeidsplaats met geluid waar de dagdosis 85 dB(A) of hoger is of de piekgeluidsdruk 135 dB(C) of hoger is.
Zwangere werknemers
Een zwangere werkneemster wordt in haar arbeid niet blootgesteld aan geluidsniveaus boven de 80 dB(A) en piekgeluiden boven de 135 dB(C).
Ondernemingsraad
- De ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging wordt in de gelegenheid gesteld om een oordeel te geven over de wijze van geluidsbeoordeling en –meting, de maatregelen om de geluidblootstelling te verminderen en over de keuze van de gehoorbeschermingsmiddelen.
- De ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging heeft instemmingsrecht bij invoering of aanpassing van een regeling op het gebied van geluidbeheersing of persoonlijke beschermingsmiddelen.
- De ondernemingsraad of de personeelsvertegenwoordiging of, bij het ontbreken daarvan, de belanghebbende werknemers wordt de gelegenheid gegeven een oordeel te geven over de geluidsreducerende maatregelen en over de keuze van de gehoorbeschermingsmiddelen die ter beschikking worden gesteld aan medewerkers.