Stralen

Wat is het?

Door stralen worden oppervlakten schoon en gereed gemaakt voor verdere behandeling, zoals bijvoorbeeld conservering. Het reinigingswerk richt zich op schepen, offshore installaties, industriële installaties, gebouwen en tanks.

OplossingenFysieke belastingGeluidGevaarlijke stoffen
BronAutomatisch stralen / inzetten straalrobotsMinst belastende methode van stralenMinst belastende methode van stralen
Technisch Geschikte nozzle bij stralenVeilig werken in ruimtes met gevaar voor verstikking, bedwelming, vergiftiging, brand en explosie (Stralen)
   Werkvergunning of werkopdracht (Vacuüm reinigen / Mechanisch reinigen / Stralen)
OrganisatorischGoede voorbereidingAfstand nemen van geluidsbronTaak risico analyse (TRA)
 Taakcombinatie / taakroulatieTaakroulatieLMRA
 Opleiden ergocoaches  
 Toezicht op gezond werkgedrag  
PersoonsgebondenTraining fysieke belastingGehoorbescherming 
 Goed gebruik van hulpmiddelen  
PBM  Persoonlijke beschermingsmiddelen (Stralen)
 

Voorbeelden van oplossingen voor Fysieke belasting bij Stralen

Technisch

  1. Automatisch stralen / inzetten straalrobots (bronaanpak)

Organisatorisch

  1. Goede voorbereiding
  2. Taakcombinatie / taakroulatie
  3. Opleiden ergocoaches
  4. Toezicht op gezond werkgedrag

Persoonsgebonden

  1. Training fysieke belasting
  2. Goed gebruik van hulpmiddelen

Voorbeelden van oplossingen voor Geluid bij Stralen

Bron

  1. Minst belastende methode van stralen

Technisch

  1. Geschikte nozzle bij stralen

Organisatorisch

  1. Afstand nemen van geluidsbron
  2. Taakroulatie

Persoonsgebonden

  1. Gehoorbescherming

Voorbeelden van oplossingen voor Gevaarlijke stoffen bij Stralen

Bron

  1. Minst belastende methode van stralen

Technisch

  1. Werkvergunning of werkopdracht (Vacuüm reinigen / Mechanisch reinigen / Stralen)
  2. Veilig werken in ruimtes met gevaar voor verstikking, bedwelming, vergiftiging, brand en explosie (Stralen)

Organisatorisch

  1. Taak risico analyse (TRA)
  2. LMRA
  3. Werkvergunning of werkopdracht (Vacuüm reinigen / Mechanisch reinigen / Stralen)
  4. Veilig werken in ruimtes met gevaar voor verstikking, bedwelming, vergiftiging, brand en explosie (Stralen)

PBM

  1. Persoonlijke beschermingsmiddelen (Stralen)

Het is zaak om zoveel mogelijk maatregelen te nemen die de blootstelling aan gevaarlijke stoffen terugdringen. Toch zal het in de meeste gevallen nodig zijn om persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM’s) te verstrekken en te dragen. De PBM’s zijn CE-gemarkeerd en dienen conform de  Europese verordening 2016/425 te zijn gecertificeerd.
Met het oog op blootstelling aan gevaarlijke stoffen zijn de volgende PBM’s voorgeschreven bij straalwerkzaamheden
- straalkiel met eventueel een straalbroek;
- straalhandschoenen;
- straalhelm met onafhankelijke luchttoevoer en gehard glas.

Zorg dat de keuze van het type PBM aansluit op de precieze reinigingsmethode. Zo worden bij gritstralen hogere eisen gesteld aan de stevigheid van de straalkleding dan bij andere straalmethoden.

Bij gebruik van de straalhelm met onafhankelijke luchttoevoer gelden een aantal voorschriften:

  • de gebruiker moet voor elk gebruik het middel controleren op eventuele beschadigingen van rubbers, glas, toevoerslang e.d.
  • de gebruiker moet voor het eerste gebruik een ‘Face - Fittest’ doen om er achter te komen of het betreffende type goed past. Dit om lekkages te minimaliseren.
  • plaats een kappenketel (ademluchtfilter) tussen de straler en de compressor van de luchttoevoer. De aangevoerde perslucht wordt dan gezuiverd en geneutraliseerd voor een veilige en gezonde ademlucht. 
  • gebruikers van onafhankelijke adembescherming moeten deelnemen aan een ademluchtkeuring, ook wel een persluchtkeuring genoemd. De keuring moet zijn afgestemd op specifieke werkzaamheden. Deze keuring signaleert gezondheidsrisico’s en lichamelijke afwijkingen, de arts adviseert en geeft handvatten om met de eventuele risico’s aan de slag te gaan. 

In een sommige ruimten is er door de aanwezigheid of het vrijkomen van gevaarlijke stoffen, gassen of dampen een gevaar voor verstikking, bedwelming, vergiftiging, brand of explosie. Dat is bijvoorbeeld aan de orde bij het reinigen van een ballasttank. In een werkvergunning of werkopdracht  is aangegeven of bij de beschreven werkzaamheden deze risico’s aan de orde zijn

Werken in zo’n ruimte is alleen toegestaan als daarvoor door een bevoegd persoon een werkvergunning is verstrekt, met daarin een overzicht van de te nemen veiligheidsmaatregelen, afgestemd op de specifieke werkzaamheden en risico’s. En als al deze maatregelen op de juiste manier worden uitgevoerd. 

In zo’n ruimte mag uitsluitend gewerkt worden door medewerkers die in het bezit zijn van een aantoonbare deskundigheid en vakbekwaamheid die overeenstemmen met de aard en risico’s van de werkzaamheden. Aanvullend kunnen ook opleidingscertificaten vereist zijn zoals opgenomen in de SSVV opleidingengids. Bijvoorbeeld: Opleiding Adembescherming A, B of C. De werkgever van het reinigingsbedrijf dient vast te leggen welke opleiding en training voor de diverse soorten werkzaamheden vereist zijn en ook welke medewerkers deze met succes gevolgd hebben.

Gevaar voor vergiftiging, bedwelming of verstikking

  • Om vergiftiging, bedwelming of verstikking te voorkomen moet continu de gas- of dampconcentratie en zuurstofgehalte worden gemeten en moet een visuele controle via het mangat altijd worden uitgevoerd met behulp van de juiste persoonlijke beschermingsmiddelen en in aanwezigheid van een tweede persoon. In de werkvergunning of werkopdracht staat omschreven hoe, met welke meter, hoe vaak, door wie en waar gemeten moet worden. Dat is per situatie anders. De vrijgavemeting moet altijd door een gasmeetdeskundige worden uitgevoerd en afgelezen.
  • Voor werkzaamheden in dergelijke ruimten moet een reddingsplan aanwezig zijn dat gevolgd moet worden bij calamiteiten (zie Arbobesluit artikel 3.5g lid 4). Het reddingsplan beschrijft maatregelen, activiteiten en voorzieningen die een bedrijf heeft voorbereid om de effecten van calamiteiten of ongewenste gebeurtenissen te minimaliseren en te bestrijden. Het reddingsplan moet aanwezig zijn op de werkplek en bij de buitenwacht. Alle betrokkenen moeten goed met de inhoud van het reddingsplan bekend zijn. Het reddingsplan moet zijn afgestemd op het noodplan van de opdrachtgever en situatie-specifiek zijn uitgewerkt.
  • Bij de toegang tot de zo’n ruimte met permanent één persoon aanwezig zijn om in geval van nood de noodstop te bedienen en alarm te slaan, en -bv als het slachtoffer niet reageert- om hulpdiensten in te schakelen. Tussen deze persoon en de operator in de ruimte moet bij voorkeur visueel contact te zijn. Als er geen visueel contact mogelijk is of niet tijdens de gehele werkzaamheid, dan moet vooraf worden vastgelegd hoe contact gehouden wordt, bv met radiocontact, fluitje, luchthoorn of ander communicatiemiddel. Deze persoon die de noodstop bedient mag ook de functie van buitenwacht vervullen, als hij daarvoor een geldig SSVV-certificaat heeft en de opdrachtgever daarmee akkoord is. De ketelwacht mag tijdens het werken in een dergelijke ruimte niet optreden als buitenwacht. Hierdoor zal een ploeg uit minimaal twee personen bestaan: de ketelwacht en de buitenwacht. 
    De buitenwacht/mangatwacht gaat bij een incident nooit de ruimte in maar zal alarm slaan op een manier die van te voren is vastgelegd. Wanneer de ruimte niet veilig kan worden gegeven kan de ruimte alleen betreden worden met onafhankelijke adembescherming om de toestand van het slachtoffer te bepalen en zo nodig Eerste Hulp te verlenen. Als de medewerker niet aanspreekbaar is moet door daartoe opgeleide bedrijfshulpverleners getracht worden de medewerker uit de onveilige ruimte te verplaatsen en eerste Hulp buiten de ruimte te verlenen tot de hulpdiensten arriveren. Houd er rekening mee dat het slachtoffer bij redding via een driepoot of takel kan kantelen in zijn veiligheidsharnas. Hierdoor kan bij onoplettendheid letsel toegebracht worden door obstakels.

Gevaar voor brand of explosie

  • In een dergelijke ruimte bestaat de kans dat tijdens reinigingswerkzaamheden de concentratie van brandbare of explosieve stoffen (plaatselijk) snel kunnen oplopen en boven de 10% LEL grens kunnen uitkomen (LEL = Lowest Explosive Limit, oftewel onderste explosiegrens). In ruimtes waar bij aanvang van de werkzaamheden de 10% LEL niet is overschreden, maar waar de kans bestaat dat door de werkzaamheden de waarde toch boven 10% LEL kan uitkomen, moeten beheersmaatregelen worden getroffen, zoals ventileren en/of stofafzuiging. Bij meetwaarden die de vastgestelde grenswaarden overschrijden moeten de werkzaamheden worden gestopt tot dat de meetwaarden beter zijn. Of er moeten andere werkmethoden worden gekozen, waarbij betreding niet nodig is.  
    Daarnaast is aarding altijd noodzakelijk en zijn strikte afspraken nodig als er in de nabijheid van straalwerkzaamheden ook wordt gelast of ander ‘heet werk’ wordt uitgevoerd. Voorkom dat tijdens straalwerkzaamheden in een ruimte met explosiegevaar heet werk aan de buitenzijde van die ruimte worden uitgevoerd.

Kies bij stralen voor een reinigingsmethode waarbij de risico’s van blootstelling aan gevaarlijke stoffen zo laag zijn als redelijkerwijs praktisch haalbaar. Ofwel: ALARP: As Low As Reasonably Practicable.

  • Voor het stralen van bv scheepshuiden wanden van opslagtanks en andere grote oppervlakten kan robotisering toegepast worden. Hier gaat het om ‘ultra high pressure wash’ > 1500 bar.
  • Voor het stralen van vloeren en  dekken kan gekozen worden voor stofvrij stralen (ook vacuümstralen genoemd).
  • Bij gritstralen kan d.m.v. een speciale nozzles water worden toegevoegd om de stofvorming beperken (‘slurry blasting’) 
  • Het stralen met kwartzand is (al tientallen jaren) verboden: tijdens het stralen slaat de zandkorrel kapot op de ondergrond, waardoor kwarts vrijkomt. De haakjes aan het kwarts zullen zich bij het inademen in de longen vastzetten. De longen zijn niet in staat zich te "reinigen" van kwarts met als gevolg dat de longinhoud aanzienlijk verminderd wordt. 
    Als alternatief voor kwartszand is Olivinezand een veelgebruikt straalmiddel. Olivinezand komt veelal uit Noorwegen en bevat aanzienlijk minder dan de wettelijk toegestane 1% kwarts. De stof die ontstaat bij het gebruik van Olivinezand bevat geen kwarts. Andere alternatieven zijn grit of garnet. Garnet is een massieve steenkorrel die tijdens het stralen niet kapot slaat waardoor, er geen stofvorming ontstaat van het straalmiddel zelf.

De opdrachtgever moet aangeven welke stoffen in het object aanwezig zijn. Op grond daarvan wordt in overleg tussen de werkvoorbereiding van de opdrachtgever en de werkvoorbereiding van het reinigingsbedrijf een werkvergunning of werkopdracht opgesteld En door beide partijen ondertekend.

  • In alle gevallen bij vacuüm reinigen moet een werkvergunning of werkopdracht worden opgesteld. In de werkvergunning of werkopdracht is ondermeer geregeld: welke risico’s, welke werkmethode, benodigde maatregelen tegen eventueel gevaar voor vergiftiging, bedwelming, verstikking, brand of explosie, afspraken over transport, welke PBM’s.
  • Als de eigenschappen van stoffen niet bekend zijn, dan zullen die eerst door analyse moeten worden bepaald, waarna de risico’s van behandeling van deze stoffen kunnen worden vastgesteld .
  • Bij mengsels van stoffen moeten altijd de eigenschappen van de meest risicovolle stof als uitgangspunt worden gekozen.
  • Afsluiters en systemen van de opdrachtgever mogen alleen door de verantwoordelijke medewerker(s) van de opdrachtgever bediend worden of door anderen als dit op de werkvergunning of werkopdracht is vermeld.
  • De werkvergunning of werkopdracht is de basis voor een opdrachtformulier bij de werkzaamheid en voor een werkbespreking voordat de klus start. 
  • Als de werkvergunning of werkopdracht voor een werkzaamheid niet aanwezig is en/ of niet besproken is, dan kan niet met het werk begonnen worden.

Zie ook de oplossingen: Taak risico analyse (TRA) en LMRA.

De praktijk kan wel eens anders zijn dan bij de voorbereiding is voorzien. Een LMRA (Laatste Minuut Risico Analyse) is er op gericht om onvoorziene risico’s te achterhalen. HD werkzaamheden beginnen altijd met een uitvoeren van een LMRA. Sommige opdrachtgevers e/of reinigingsbedrijven eisen dat een LMRA schriftelijk wordt vastgelegd.  Daarbij wordt vaak gebruik gemaakt van een LMRA-kaartje. In de sector komen overigens ook andere, bedrijfseigen benamingen voor in plaats van ‘LMRA’.
Een LMRA bestaat uit drie stappen:

  1. Het herkennen van potentiële gevaren
    De medewerker moet zichzelf afvragen of hij tijdens de werkzaamheid aan deze gevaren kan worden blootgesteld, bv blootstelling aan stoffen. Hij moet niet aan het werk beginnen als naar zijn oordeel de risico’s niet aanvaardbaar zijn.
  2. Het bedenken van oplossingen of maatregelen
    De medewerker gaat na of hij maatregelen kan nemen om de risico’s weg te nemen of aanvaardbaar klein te maken. 
  3. Het nemen van de benodigde maatregelen
    De medewerker voert de benodigde maatregelen uit en beoordeelt of hij in de nieuwe situatie veilig en gezond kan werken.

Bij alle drie de stappen kan de medewerker hulp van een collega of leidinggevende inschakelen.
Een LMRA houdt nooit op. Het gaat om een voortdurend bewustzijn om deze drie stappen voorafgaand aan een taak of handeling te doorlopen.

Met name bij werkzaamheden die niet door een werkvergunning of werkopdracht gedekt kunnen worden is het zaak om in de voorbereidende fase een grondige Taak risico analyse (TRA) uit te voeren. Vaak in opdracht van de opdrachtgever.

Een TRA geeft per taak(stap) een beeld van de uit te voeren risico's, de te nemen beheersmaatregelen en de verantwoordelijke voor uitvoering van deze beheersmaatregelen. Een TRA wordt bij voorkeur opgesteld door een team van de opdrachtgever en opdrachtnemer. 

Doel:

Verminderen van fysieke belasting door juist gebruik van de juiste hulpmiddelen

Oplossing:

Door gebruik te maken van hulpmiddelen kan de belasting van de medewerker verminderd worden. Het is dan wel van belang dat de medewerker de juiste hulpmiddelen voor zijn werkzaamheden gebruikt én dat hij ze op de juiste manier gebruikt.

Om dit te bewerkstelligen is het belangrijk dat medewerkers (werk)instructies krijgen over de beschikbare middelen, zodat zij weten waarvoor, wanneer en hoe zij deze kunnen inzetten. Alleen dan zal de lichamelijke belasting afnemen. Daarnaast zal het risico op blessures en ongevallen verminderen door juist gebruik.

  • Geef altijd instructies, liefst fysiek én schriftelijk, aan medewerkers bij aanschaf van nieuwe hulpmiddelen zodat de medewerkers deze veilig en gezond gebruiken.

  • Betrek medewerkers bij de aanschaf van hulpmiddelen zodat de voor hen juiste middelen aangeschaft worden. Tevens is de acceptatie groter wanneer medewerkers actief betrokken worden bij aanschaf. Dit zorgt er ook voor dat zij de middelen meer en beter gebruiken.

  • Evalueer regelmatig het (juiste) gebruik van de hulpmiddelen. Herhaal de instructies bij onjuist gebruik.

  • Controleer hulpmiddelen regelmatig op gebreken.

Gevolg:

Vermindering van lichamelijke klachten door een verlaagde fysieke belasting

Iedere medewerker dient aantoonbaar geïnstrueerd te worden over de risico’s in het werk. Ook omtrent de fysieke belasting. Neem dit ook mee in het inwerkprogramma voor nieuwe medewerkers.

Doel:

De medewerker inzicht geven in en bewust maken van de fysieke belasting en hulpmiddelen aan reiken hoe de werkhouding en techniek op een eenvoudige manier kan worden verbeterd.

Oplossing:

Een training fysieke belasting is een praktische fysieke training waarbij de medewerkers leren wat de risico’s zijn op overbelasting én hoe zij hier op een gezonde manier mee om kunnen gaan. Bijvoorbeeld door bewust te zijn van de werkhouding, gebruik te maken van de juiste hulpmiddelen en de werkomgeving zo goed mogelijk in te richten.

De training moet praktisch en fysiek zijn, eventueel gecombineerd met schriftelijke instructies. Uitsluitend een schriftelijke voorlichting heeft weinig effect.

De training moet maatwerk zijn en het liefst gegeven worden door een ergonoom of bedrijfsfysiotherapeut.

Op de website van Orsima staat een toolbox Fysieke Belasting die leidinggevenden en preventiemedewerkers zelf kunnen geven.

Door een training fysieke belasting vermindert de belasting van het werk niet, het kan er wel voor zorgen dat de medewerker zichzelf minder belast omdat hij de werkzaamheden op een gezonde en verantwoorde manier kan uitvoeren.

Gevolg:

Het werk wordt als minder zwaar ervaren, de medewerker wordt minder vermoeid en zal minder snel klachten ontwikkelen.

Doel:

Stimuleren van gezond werkgedrag en ingrijpen bij ongezonde situaties

Oplossing:

Het is de taak van de werkgever om voldoende feitelijk en effectief toezicht te houden, zodat werknemers echt gestimuleerd worden om zich aan de regels te houden en gezond en veilig werkgedrag te vertonen. De werkgever draagt deze taak veelal over aan leidinggevenden. Zij moeten toezicht houden op de werknemers die zij aansturen. Dit kan direct op de werkvloer en indirect via bespreekbaar maken van gezond werkgedrag tijdens werkoverleg en functioneringsgesprekken. In de praktijk zal het niet mogelijk zijn om continue toezicht te houden, het is dan ook belangrijk dat de leidinggevenden inzetten op een gedragsverandering waarbij medewerkers intrinsiek gemotiveerd zijn om veilig en gezond te werken.

De leidinggevenden moeten voldoende kennis en ervaring hebben, zodat zij ongezond gedrag onmiddellijk herkennen.

Het volgen van een training Fysieke Belasting vormt een goede basis voor de leidinggevenden om op gebied van gezond werken toezicht te kunnen houden.

Gevolg:

  • Goed toezicht verbetert het veiligheidsbesef van werknemers en bevordert het veiligheidsgedrag en de veiligheidscultuur.

  • Vermindering van de fysieke belasting en van de kans op ongevallen en uitval door fysiek belastend werk

Doel:

Medewerkers motiveren tot gedrag dat het risico op het krijgen van lichamelijke klachten verlaagt

Oplossing:

Medewerkers en leidinggevenden opleiden tot ergocoach.

De ergocoach heeft kennis en ervaring op het gebied van mogelijkheden tot verminderen van de fysieke belasting, verbeteren van werkmethoden en werkomgeving en juist gebruik van de juiste hulpmiddelen. De ergocoach motiveert medewerkers om een gedragsverandering teweeg te brengen zodat zij gezonder werkgedrag vertonen.

Er zijn verschillende instanties die ergocoaches opleiden.

Gevolg:

  • Medewerkers zijn zich bewuster van de fysieke belasting tijdens hun werk én de mogelijke gevolgen hiervan. Zij zullen hun werkgedrag aanpassen.

  • Door de juiste inzet van (til)hulpmiddelen en/of aanpassing van werkprocessen of werkplek wordt onnodige fysieke belasting tijdens het werk voorkomen.

  • Medewerkers hebben een aanspreekpunt voor hun vragen over fysieke belasting en hoe er het beste mee om te gaan. Hierdoor is de drempel lager om met beginnende klachten aan de bel te trekken

Pagina's

Abonneren op RSS - Stralen